Niet alleen Veracel

In september 2010 werd in MO*-magazine een eerste diepgravend onderzoek gepubliceerd met als hoofdcase de FSC-gecertificeerde pulpfabriek Veracel in Brazilië. Als reactie op het onderzoek liet FSC weten dat deze controverse een geval is van ‘één uit de duizend’ en dat dergelijke schandalen een uitzondering zijn. Toch zijn er tientallen gelijkaardige gevallen door internationale netwerken aan het licht gebracht. Websites als FSC-watch en World Rain Forest Movement klagen al jaren de schandalen aan. Maar deze en andere kritische organisaties worden door FSC compleet genegeerd.

Een aantal voorbeelden (voor meer cases: bezoek de sites van FSC-watch en World Rain Forest Movement):

KOMATILAND FORESTS, Zuid-Afrika

  • WIE: Komatiland Forests (KLF)
  • OPPERVLAKTE: 128.000 hectare dennenbomen, eucalyptus, acacia
  • PRODUCT: houtproducten
  • FSC-LABEL: FSC-label sinds 1997, certificeerder SGS Qualifor
  • KLACHT:  klacht ingediend (2011) voor het  neerschieten van bavianen op de plantages. De klacht is afgehandeld. Er volgden geen sancties voor KLF.

De Zuid-Afrikaanse ngo Geasphere, ondersteund door een resem organisaties uit Zuid-Afrika en daarbuiten, diende in januari 2011een formele klacht in bij FSC omdat bavianen op grote schaal worden afgemaakt als een ordinaire plaag in de boomplantages van Komatiland Forests in de provincie Mpumalanga. FSC, die reeds op de hoogte was van deze aanpak, onderzocht de klacht met een team van experten. De plantages worden geteisterd door bavianen die het gemunt hebben op de schors van de bomen. Voor het gecertificeerde bosbouwbedrijf is het neerschieten van de bavianen de efficiëntste en goedkoopste methode om dit probleem te verhelpen.

Het FSC-panel dat de klacht nader onderzocht gaf hen geen ongelijk. ‘Onze conclusie is dat de methode van het lokken, vangen en doden van bavianen geen serieuze inbreuk is tegen eender welk FSC-principe of criterium,’ staat in het FSC-rapport te lezen. Sabien Leemans van WWF, lid van FSC België, heeft weinig aan te merken op het oordeel van FSC: ‘De bavianen in kwestie zijn geen bedreigde diersoort en kunnen veel schade veroorzaken. Vandaar dat het doden van bavianen op een plantage op zich geen natuurbehoudsprobleem is. Dit mag wel enkel gebeuren als laatste hulpmiddel, als alternatieve methoden onderzocht zijn en niet blijken te werken,’ aldus WWF. Dat is net het probleem dat de Zuid-Afrikaanse natuurbewegingen aanklagen. ‘Er moet dringend gezocht worden naar alternatieve en niet dodelijke oplossingen door een moratorium te stellen op het doden van de bavianen,’ zegt Tim Strupat van de ngo Geasphere. ‘Op publieke hoorzittingen in 2008 en 2010 deed onze organisatie verschillende voorstellen van niet dodelijke methoden. Niet één werd onderzocht of getest door het bedrijf.’

FSC International kan geen enkel rapport voorleggen waarmee Komatiland Forests zou bewezen hebben dat alternatieve en niet dodelijke methodes onderzocht werden en bleken niet te werken.

NEW FOREST COMPANY, Oeganda

  • WIE: De New Forest Company
  • OPPERVLAKTE: 10.400 hectare eucalyptus en dennenbomen en eucalyptus
  • PRODUCTEN: koolstofkredieten
  • FSC-LABEL: FSC-label sinds 2009, certificeerder SGS Qualifor
  • KLACHT: klacht ingediend (2011): 22.000 Oegandezen met geweld van hun land verdreven

In Oeganda werden meer dan 22.000 boeren verdreven om plaats te maken voor duurzaam beheerde boomplantages. Families werden gedwongen hun land te verlaten, huizen werden platgewalst en gewassen verbrand. Ondanks deze flagrante mensenrechtenschendingen kregen de plantages van de New Forest Company toch het FSC-label.

“Ik herinner me dat we een deadline kregen om onze huizen te verlaten, tussen 12 en 28 februari 2010,” getuigt Naiki Apanabang voor Oxfam, “Ik verkoos te vertrekken op 12 februari. We konden zien hoe ze huizen in brand staken en de mensen hun velden vernielden. Het was te pijnlijk om nog te blijven.” De moeder van acht kinderen woont nu in een huurhuis en kan niet eens dagelijks haar gezin voeden.

Lokuda Losil is 60 en verkreeg zijn stuk grond in de jaren ’70. Hij voedde er zijn 8 kinderen  en zag er zes van zijn kleinkinderen opgroeien. Op zijn bananen, jackfruit en avocado plantage was het hard werken, maar hij en zijn familie hadden een leven zonder zorgen. “De New Forest Company heeft mijn grond afgepakt. Mensen van het bedrijf samen met veiligheidsdiensten vernielden onze oogst en sloopten onze huizen. Ze sloegen mensen in elkaar, vooral degene die niet konden weglopen. Ik ben met mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen in groep weggevlucht. Het was verschrikkelijk.”

De landroofkwestie waarover zelfs The Guardian en de The New York Times schreven, is een smet op het duurzaam imago van de New Forest Company. Maar deze ontkent de aantijgingen met klem: “Oxfam valt een bedrijf aan met een vlekkeloos parcours in gemeenschapsinvestering en ontwikkeling. Het grootste deel van de beweringen is onjuist en misleidend.” In een interview met Al Jazeera verduidelijkt de voorzitter van New Forest Comapany, Robert Devereux,,: “We hebben er alles aan gedaan om de mensen op vrijwillige basis te laten gaan. Dat werd bevestigd door FSC.”  Waarop Kate Geary, co-auteur van het Oxfam-rapport, reageert: “Hoe kan New Forest Company beweren dat de mensen vrijwillig hun huis verlaten hebben als er twee rechtszaken lopen vanwege misbruik,  geweldpleging en vernieling van huizen en oogsten? Men weet maar al te goed wat er gebeurt op de plantages.”

Ondanks de grootschalige landroof kreeg New Forest Company in 2009 toch het FSC-label voor zijn plantages in de Oegandese districten Kiboga en Mubende. Het certificeringsrapport heeft het over ‘illegale bezetters’ wanneer verwezen wordt naar de talloze boeren wiens land werd afgepakt. En over de manier waarop dat gebeurde is de controleurs niets bijzonders opgevallen: “De certificaathouder (New Forest Company) heeft zich vreedzaam gedragen en handelde verantwoord. De illegale indringers zijn vrijwillig van hun land vertrokken. Er waren geen incidenten of geweldpleging, noch meldingen van gedwongen verhuizingen,” aldus SGS-Qualifor, een van FSC’s belangrijkste certificeerders.

Twee maanden na certificatie ontving het Oegandese ministerie van Land een petitie van 10.000 wanhopige inwoners die opgejaagd werden om hun huizen te verlaten. Niet een van hen werd geïnterviewd tijdens de jaarlijkse controlebezoeken van FSC. “Dat toont nogmaals hoezeer FSC een systeem is dat de positie van de gecertificeerde bedrijven legitimeert en versterkt, terwijl het de zaak van de plaatselijke bevolking verzwakt,” zegt de coördinator van de World Rainforest Movement, Winfridus Overbeek,. “FSC is al sinds 2009 op de hoogte van wat er gaande is in Oeganda.”

Alison Kriscenski van FSC-International stelt dat de ‘verandering in landgebruik’  geëvalueerd werd tijdens de controlebezoeken en dat alle stakeholders geraadpleegd werden. Toch kan FSC niet om het Oxfam-rapport heen: “FSC zal de toestand in Kiboga en Mubende grondig onderzoeken. Het is onze prioriteit dat alle inbreuken tegen de principes en criteria van FSC verholpen worden.” Maar in de praktijk betekent dit dat FSC opnieuw het vertrouwen geeft aan SGS-Qualifor, de certificeerder die twee jaar lang alles door de vingers zag, om het onderzoek te voeren.