…de realiteit

 “Dit label dient om mensen in het noorden om de tuin te leiden. Het FSC-label bestaat enkel op papier, niet op het terrein.”

(Ivonete Gonçalves, CEPEDES, Braziliaanse ngo)

Het FSC-label (Forest Stewardship Council) wordt internationaal aanzien als de nummer één garantie voor duurzaam bosbeheer. Dit certificeringssysteem is tevens het snelstgroeiende boslabel en verovert de markt aan een ongezien tempo. Momenteel (november 2011) is  wereldwijd 146 miljoen hectare bos én plantages gecertificeerd.

Omdat de consumptie van papier- en houtproducten alleen maar toeneemt, certificeert FSC ook steeds meer grootschalige en industriële boomplantages die vooral in het Zuiden, waar de bomen sneller groeien en de productie goedkoper is, honderdduizenden hectaren grond bedekken. En het is net hier dat het schoentje wringt.

Over de zware impact van dit soort monoculturen op hun omgeving komt al jaren luide kritiek wereldwijd. Maar dat houdt FSC niet tegen om aan een groeiend aantal controversiële plantages een certificaat te geven. Hierdoor wordt het protest van ngo’s en sociale bewegingen ter plaatse verstomd.  Industriële plantages zijn een aanslag op hun omgeving en dit zijn een aantal van de problemen die ze veroorzaken.

  • De chemische bestrijdingsmiddelen (zoals RoundUp) die op de plantages worden gebruikt, komen in rivieren en het grondwater terecht waar gemeenschappen van drinken.
  • Eucalyptusplantages veroorzaken enorme waterschaarste (1 boom consumeert gemakkelijk 40 à 200 liter per dag). Zo drogen rivieren en bronnen op. Voor hun drinkwater en dagelijks gebruik zijn dorpsbewoners vaak afhankelijk van rivieren, stromen en bronnen.
  • De plantages staan op vruchtbare grond en putten de bodem totaal uit. Op termijn worden deze gronden onbruikbaar.
  • Voor dergelijke monoculturen zijn tien, zelfs honderdduizenden hectaren land nodig. Vruchtbare grond ligt zelden voor het grijpen en wordt dus in de meeste gevallen bekomen ten koste van lokale gemeenschappen.
  • Landbouwgrond wordt steeds schaarser en mensen worden direct (vaak met geweld) of indirect van hun land verdreven. Conflicten met kleine boeren of indianen zijn schering en inslag.
  • De plattelandsvlucht creëert opnieuw een spiraal van problemen: werkloosheid, criminaliteit, druggebruik, armoede.
  • Er is een sterke afname van biodiversiteit. Op de boomplantages groeit slechts één soort en dit op honderdduizenden hectaren in één enkele regio.
  • Deze grote bosbouwbedrijven komen vaak met de belofte van jobcreatie, maar aangezien de plantages industrieel beheerd worden, is er meestal een netto verlies van jobs.
  • De plattelandsbewoners konden zichzelf en hun gemeenschappen aanvankelijk voeden met familiale en kleinschalige landbouw. Wanneer die gronden ingepalmd worden door  boomplantages wordt lokaal geen of amper nog voedsel geproduceerd. Voedselschaarste, stijging van de voedselprijzen en honger zijn hier vaak het gevolg van.

Gemeenschappen in Brazilië, Uruguay, Chili, Zuid-Afrika, Oeganda, Congo, Indonesië, Laos en nog tientallen andere landen waar FSC plantages certificeert, kampen met deze problemen. De producten die hieruit voortkomen zijn bijna integraal voor de export bedoeld.